Nieuw protocol Veilig Thuis en terug naar één doorstroomtoets
Het onderwijs staat nooit stil. Elke dag zijn er weer nieuwe ontwikkelingen waar jij als onderwijsprofessional van op de hoogte wilt blijven. In de rubriek Onderwijsnieuws lichten we er twee uit. Zo blijf jij altijd up-to-date!
Wat verandert er bij Veilig Thuis?
Sinds 1 juli 2026 werkt Veilig Thuis met een vernieuwd landelijk Handelingsprotocol. De wettelijke taken en de kern van de werkwijze blijven hetzelfde, maar het protocol zorgt voor meer duidelijkheid en uniformiteit in de uitvoering. Wat gaat er veranderen voor scholen wanneer zij advies vragen of een melding doen?
Meer eenduidigheid en meer samenwerking
Het vernieuwde protocol beschrijft de werkwijze van de 25 Veilig Thuis-organisaties meer bindend dan voorheen. Daardoor wordt het handelen eenduidiger, terwijl maatwerk mogelijk blijft wanneer de situatie daarom vraagt. Daarnaast benadrukt het protocol sterker het belang van samenwerking met directbetrokkenen, hun sociale netwerk en ketenpartners. Voor scholen betekent dit vooral dat er een duidelijker landelijk kader is voor de samenwerking met Veilig Thuis.
De positie van het kind versterkt
Opvallend is het aangescherpte uitgangspunt om kinderen te betrekken bij de zorg. Kinderen vanaf vier jaar worden door Veilig Thuis in principe altijd gesproken – en onder vier jaar in enkele gevallen ook. Gesprekken met kinderen vinden in principe zonder aanwezigheid van ouders plaats, tenzij de omstandigheden aanleiding geven om daarvan af te wijken.
Introductie van de Mantelzorgcheck
Ook nieuw is de Mantelzorgcheck, naast de bestaande Kindcheck. Daarbij wordt nagegaan of kwetsbare gezinsleden risico lopen door overbelasting van mantelzorgers of een onveilige zorgsituatie. Zo wordt mishandeling of geweld eerder in beeld gebracht en wellicht voorkomen.
Het vernieuwde protocol ondersteunt de samenwerking met gezinnen, huishoudens en professionals en vormt de eerste fase van een verdere ontwikkeling. In 2027 volgen nieuwe aanscherpingen op basis van ervaringen uit de praktijk.
Lees meer op de website van Veilig Thuis.
Terug naar één doorstroomtoets
Na jaren van discussie over de verschillende doorstroomtoetsen wil het kabinet terug naar één aanbieder. Staatssecretaris Judith Tielen wil vanaf het schooljaar 2029-2030 één doorstroomtoets invoeren. Scholen kunnen daarbij wel blijven kiezen tussen een papieren of digitale variant. Hoe is dit besluit ontstaan?
Ongelijke toetsen, ongelijke kansen
Op dit moment maken leerlingen, afhankelijk van de keuze van hun school, verschillende doorstroomtoetsen. De zorgen over de vergelijkbaarheid van deze toetsen zijn de afgelopen jaren alsmaar toegenomen. Volgens de staatssecretaris is volledige vergelijkbaarheid tussen verschillende toetsen een ‘utopie’. Juist daarom, en omdat de toets invloed kan hebben op een bijstelling van het schooladvies, wil zij met één doorstroomtoets het vertrouwen in de werking van het systeem vergroten.
De PO-Raad reageert positief op het voornemen. De organisatie wijst erop dat het onwenselijk is wanneer de keuze van een school voor een bepaalde toets invloed kan hebben op de onderwijskansen van een leerling. Wel vindt de PO-Raad het voorgestelde tijdpad te lang en pleit zij voor een snellere overgang naar één toets.
Ook breder kijken naar latere selectie
De kamerbrief gaat daarnaast verder dan alleen de toets. De staatssecretaris verkent ook hoe leerlingen een breder schooladvies kunnen krijgen en later een definitieve onderwijsrichting kunnen kiezen. Uit de eerste verkenning blijkt dat er enthousiasme is voor brede brugklassen en dakpanklassen*, maar dat middelbare scholen ook tegen obstakels aanlopen, zoals gescheiden leermiddelen en toetsen.
Daarmee raakt de discussie over de doorstroomtoets aan een bredere vraag: hoe zorgen we ervoor dat leerlingen voldoende tijd krijgen om hun talenten te ontwikkelen voordat belangrijke keuzes worden gemaakt?
De Kamerbrief is hier terug te vinden en lees hier het artikel van de PO-raad.
* Met 'dakpanklassen' wordt bedoeld: klassen waarin leerlingen uit twee opeenvolgende onderwijsniveaus samen les krijgen, bijvoorbeeld vmbo-t/havo of havo/vwo.
