Taalarme leerlingen en prikkelverwerking
Het onderwijs ontwikkelt zich net zo hard als kleuters. Daarom kan het als kleuterprofessional soms lastig zijn om alle nieuwe kennis en adviezen bij te houden. In deze rubriek lichten we daarom twee recente berichten uit. Zo blijf jij helemaal op de hoogte!
Taalarme kleuters vragen aandacht; lukt dat ook?
Taalarme kleuters worden in de klas het vaakst over het hoofd gezien, terwijl zij juist meer aandacht nodig hebben van de leerkracht. Dit blijkt uit onderzoek van het TACOS-project, dat is opgezet door onder andere UGent, KU Leuven, Artevelde en Odisee en zich inzet voor het versterken van taalontwikkeling bij kleuters.
Voor het onderzoek kregen vijftig kleuterleerkrachten een digitale bril op die kon meten met welke leerlingen zij contact hadden. De resultaten liegen er niet om: leerlingen die weinig uit zichzelf spreken, een andere thuistaal hebben of het Nederlands minder beheersen, worden relatief weinig aangekeken en -gesproken. Dit gebeurde al in de onderzoekssetting waarbij leerkrachten vijf kleuters lesgaven. Op een normale schooldag staat een leerkracht voor een klas van gemiddeld 25 leerlingen.
Daarbovenop is het verschil ook een stuk groter dan eerst gedacht. Bij een opnamesessie van 20 minuten ging vaak het meeste aandacht — meer dan tien minuten — naar één leerling. Tegelijkertijd kregen taalarmere leerlingen slechts enkele seconden. Ook leerkrachten zelf vonden deze resultaten ontnuchterend.
Het interuniversitair TACOS-project biedt kleuterleerkrachten een professionaliseringsprogramma voor taalstimulering in de klas en doet onderzoek naar het effect van het programma. Ze bieden één schooljaar lang een gratis vormingstraject en combineren hiervoor een online leeromgeving met meer dan 100 praktijkfragmenten en vijf fysieke sessies. De deelnemers leren hoe ze taalinteractie kunnen versterken en écht ieder kind kunnen uitdagen, zodat ook taalarme kinderen niet worden vergeten.
Houd dit project dus goed in de gaten als je meer wilt weten over het effect van professionalisering op de taalcompetenties van leerlingen. Dat kan via hun website.
Lees meer over het onderzoek naar de aandacht voor taalarme leerlingen.
Even bewegen maakt het verschil
Veel onderwijsprofessionals herkennen het: kinderen die wiebelen, moeilijk tot spel komen of snel overprikkeld raken. Niet omdat ze niet willen leren, maar omdat hun lichaam eerst iets anders nodig heeft. De (school)dag vraagt veel van jonge kinderen. Luisteren, schakelen, samenspelen en emoties reguleren volgen elkaar in hoog tempo op. Wanneer het lichaam die prikkels niet goed kan verwerken, komt leren onder druk te staan.
Onderzoek en praktijk laten zien dat regulatie bij kinderen sterk samenhangt met bewegen. Door te bewegen ontvangt het zenuwstelsel belangrijke informatie over waar het lichaam is en hoe het beweegt. Deze lichaamsgerichte prikkels helpen spanning los te laten, emoties te kalmeren en de aandacht terug te brengen naar de activiteit. Beweging is daarmee geen onderbreking van het leren, maar een belangrijke voorwaarde ervoor.
Meer hierover is te lezen in onderzoek van de Open Universiteit.
In de dagelijkse onderwijspraktijk betekent dit: bewust ruimte maken voor beweging gedurende de dag. Korte beweegmomenten tussendoor helpen het jonge kind om opnieuw aan te sluiten bij het groepsmoment of hun spel. Veel professionals merken dat kinderen daarna rustiger zijn, beter betrokken blijven en met meer plezier meedoen.
Steeds vaker krijgt bewegen een vaste plek in de klas of op de gang, bijvoorbeeld via beweegpaden. Kinderen kunnen hier op hun eigen manier bewegen, zonder goed- of foutdenken, en het ondersteunt hen bij overgangen in de dag.
Moefpad is een voorbeeld van zo'n beweegpad. Kinderen volgen het pad op hun eigen manier en tempo, waardoor hun lijf en hoofd beter kunnen samenwerken. Zo wordt beweging een vanzelfsprekend onderdeel van de schooldag en een goede basis voor regulatie en leren.
