Sectorrapportage PO-Raad: referentieniveaus nog altijd niet op orde
Uit de nieuwste sectorrapportage van de PO-Raad die onlangs verscheen, blijkt dat de referentieniveaus voor taal en rekenen helaas nog altijd niet behaald worden. Doordat we ons richten op de benodigde fundamentele basis, hebben we minder aandacht voor leerlingen die meer kunnen. De PO-Raad streeft dan ook naar hogere ambities.
Om rekenen als voorbeeld te nemen: daar is referentieniveau 1F de benodigde, fundamentele basis. In de praktijk betekent dit dat je dan eenvoudige sommen kunt oplossen. Het streven moet volgens de PO-Raad referentieniveau 1S zijn, wat betekent dat je niet alleen sommen kunt oplossen, maar rekenen ook in dagelijkse dingen kunt toepassen zoals berekenen hoeveel tijd je nog hebt om de trein te halen.
Bij de introductie van referentieniveaus werd gedacht dat minimaal 65% van de leerlingen het streefniveau voor taal- en rekenvaardigheid zou halen. Uit de secorrapportage blijkt dat nu slechts 42%, oftewel minder dan de helft van de leerlingen, streefniveau 1S/2F behaalt.
Hieraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag volgens de PO-Raad. Van leerkrachten die niet goed bekend zijn met het referentiekader tot gestandaardiseerde toetsen die het streefniveau minder makkelijk meten. De PO-Raad adviseert scholen kritisch te kijken naar het gebruik van de lesmethodes die bij deze toetsen horen. Scholen moeten zelf vooral voldoende kennis hebben van de referentieniveaus en hun ambities daarop (bij)stellen.
Op de website van de PO-Raad lees je meer over (de uitkomsten van) de sectorrapportage.
