Verschuiving in de jeugdhulp en AI-companionship
In het onderwijs en de jeugdzorg worden elke dag nieuwe onderzoeken en nieuwsberichten gepubliceerd die je als jeugdprofessional moet zien bij te houden. In de rubriek Jeugdnieuws lichtten we daarom de belangrijkste updates uit. Zo blijf jij op de hoogte.
Minder gedwongen, meer vrijwillig
Recent onderzoek van de Universiteit Leiden, uitgevoerd in opdracht van het WODC, laat een duidelijke verschuiving zien in de jeugdhulp: het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen neemt af, terwijl vrijwillige hulp toeneemt. Dit wijst op een beweging richting eerder en minder ingrijpend ondersteunen van gezinnen.
Vroegere en langere inzet van vrijwillige hulp
Volgens de onderzoekers betekent deze daling niet dat problemen afnemen, maar dat hulpverlening anders wordt ingezet. Door eerder ondersteuning te bieden via het vrijwillige kader, kan zwaardere, gedwongen jeugdhulp mogelijk worden voorkomen. Dit sluit aan bij de bredere focus op preventie en nabijheid.
Bewustere afweging van dwang
Daarnaast lijkt er kritischer te worden gekeken naar het inzetten van gedwongen maatregelen. Professionals wegen zorgvuldiger af of dwang noodzakelijk is, mede door maatschappelijke en politieke druk. Zoals onderzoeker Nina van Capelleveen stelt: “Het besef is doorgedrongen hoe ingrijpend gedwongen overheidsoptreden is en wat de negatieve effecten zijn.” (Trouw, april 2026)
Ook praktische factoren spelen mee
Naast inhoudelijke overwegingen spelen ook praktische argumenten een rol, zoals financiële krapte, personeelstekorten en wachtlijsten. Zo wordt soms meegewogen of er voldoende capaciteit beschikbaar is voordat een maatregel wordt aangevraagd.
De praktijk blijft daarmee complex. Vrijwillige hulp vraagt om goede samenwerking en scherpe afwegingen wanneer vrijwilligheid volstaat en wanneer opschaling noodzakelijk is. Voor orthopedagogen en andere professionals vraagt dit om blijvende alertheid: hoe zorgen we dat minder dwang samengaat met tijdige signalering en passende ondersteuning?
Bekijk hier het onderzoek van de Universiteit van Leiden.
AI als vriend: wat doet dit met jongeren?
Steeds meer jongeren gebruiken kunstmatige intelligentie niet alleen als hulpmiddel, maar ook als gesprekspartner of zelfs als ‘virtuele vriend’. Kennisnet beschrijft in dit artikel hoe AI-companions invloed hebben op de leefwereld van kinderen en jongeren. Dat vraagt om bewustwording, begeleiding en professionele alertheid.
Leerlingen delen gevoelens, stellen persoonlijke vragen en bouwen soms een vertrouwensband op met AI-systemen. Naar schatting maakt inmiddels 20% van de 12- tot 17-jarigen gebruik van AI-chatbots. Voor professionals in de jeugdzorg roept dit belangrijke vragen op. AI kan laagdrempelig steun bieden, maar brengt ook risico’s met zich mee. Jongeren kunnen afhankelijk worden van digitale bevestiging of moeite krijgen om online interacties kritisch te beoordelen. Daarnaast is niet altijd duidelijk hoe veilig of betrouwbaar deze systemen zijn.
Hoe ga je hier mee om?
Zorg dat iedereen zich bewust is van wat AI-companionship is en van de gevolgen die het kan hebben voor de dynamiek op school en de ontwikkeling van jongeren in brede zin. Hieronder in het kort enkele aandachtspunten;
- Ga in gesprek over AI en gevoelens
Praat met jongeren over hoe en waarom zij AI gebruiken en wat het met hen doet. - Leer jongeren bewust omgaan met AI
Help jongeren kritisch kijken naar betrouwbaarheid, privacy en beïnvloeding, en maak AI onderdeel van digitale geletterdheid. - Blijf als volwassene betrokken
Toon interesse zonder direct te oordelen en benadruk ook het belang van echt contact met anderen.
Tot slot benadrukt Kennisnet het belang van samenwerking tussen onderwijs, jeugdzorg en ouders. Juist omdat digitale interacties doorlopen buiten school en hulpverlening, is een gezamenlijke aanpak nodig.
