Evidence-informed werken en een negatieve beoordeling
Het onderwijs staat nooit stil. Elke dag zijn er weer nieuwe ontwikkelingen waar jij als onderwijsprofessional van op de hoogte wilt blijven. In de rubriek Onderwijsnieuws lichten we er twee uit. Zo blijf jij altijd up-to-date!
De risico’s van evidence-informed werken
In maart publiceerde de Onderwijsraad het advies Leren van onderzoek, gericht aan het ministerie van Onderwijs en de Tweede Kamer. Hierin roept de Onderwijsraad hen op om binnen de onderwijspraktijk niet te sturen op het gebruik van maar één vorm van onderzoek en om het toepassen van bewezen methoden niet op te leggen. Voor goed onderwijs moeten scholen namelijk kennis kunnen toepassen uit een breed scala aan onderzoek. In het advies bespreekt de Onderwijsraad nog meer kansen en valkuilen van het sturen op evidence-informed werken op school. Een aantal van deze punten hebben we hieronder kort samengevat.
Een van de risico’s die de Onderwijsraad signaleert, is de te smalle interpretatie van evidence-informed werken in kamerbrieven en moties. Hierin wordt het namelijk enkel beschreven als het gebruik van bewezen effectieve methoden, wat ertoe kan leiden dat het onderwijs wordt gereduceerd tot een technisch proces, terwijl de praktijk juist complex is en schoolteams ruimte nodig hebben om het aanbod aan te passen aan hun doelen en doelgroepen. De Onderwijsraad is dan ook geen voorstander van het wetsvoorstel Concretisering deugdelijkheidseisen, aangezien hier evidence-informed werken wordt vertaald naar het gebruik van bewezen effectieve methoden.
Belangrijk om hierin te onthouden is dat onderzoek schoolteams helpt om keuzes te maken, te ontwikkelen en te reflecteren. Het is dan ook niet gek dat de minister stuurt op het benutten van onderzoek om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Maar dit werkt alleen wanneer er gekozen kan worden uit een breed palet aan onderzoeken. De onderzoeken moeten dan ook vanuit het ministerie worden gefinancierd en gefaciliteerd. Op hun beurt zijn besturen en schoolleiders verantwoordelijk voor het creëren van de randvoorwaarden voor geïnformeerd handelen van leerkrachten, zoals onderzoeksgeletterdheid en een lerende cultuur.
Meer lezen over dit advies kan op de website van de Onderwijsraad.
De rol van emoties bij een negatieve beoordeling
In recent onderzoek van de Universiteit van Utrecht (USBO) komt naar voren dat een negatieve beoordeling van de Onderwijsinspectie invloed heeft op de daaropvolgende kwaliteitsverbetering. De beoordeling leidt namelijk tot sterke emoties bij het schoolteam, wat demotiverend werkt. Welke emoties zijn dit precies en kan dit voorkomen worden?
In het onderzoek worden vier soorten emotionele reacties onderscheiden:
- De donderslag: de beoordeling is onverwacht en het team ervaart het niet als helpend.
- De doorbraak: het heeft een grote impact en wordt gezien als een kans voor verandering.
- De domper: de beoordeling werkt demotiverend, aangezien er destijds al een verbeterproces liep.
- Het duwtje: de uitslag was verwacht en leidt tot acceptatie.
Deze scenario’s kunnen ook in elkaar overlopen, iets waar schoolleiders een grote invloed op hebben.
Wat ook opviel uit het onderzoek is dat de reputatieschade, die schoolleiders vaak vrezen, beperkt blijkt. Ouders vinden sfeer, communicatie en nabijheid belangrijker dan de beoordeling. Scholen in kwetsbare omgevingen, waar het leerlingaantal bijvoorbeeld sterk terugloopt, kunnen wel ontwrichtende gevolgen ervaren.
Naar aanleiding van de resultaten is het advies om meer rekening te houden met de emotionele impact van de negatieve oordelen. Inspecteurs kunnen bijvoorbeeld beter worden getraind in empathische communicatie en ook het label ‘zeer zwak’ kan worden afgeschaft om stigmatiseren tegen te gaan. Ook kan een uitgesteld oordeel een school helpen, doordat ze eerst hun hersteltraject kunnen afronden.
Tot slot heeft elke bestuurslaag een eigen rol. Zo moeten bestuurders hun directeuren ondersteunen om écht verandering teweeg te brengen en directeuren zelf moeten rekening houden met de emotionele impact op hun team en hierbij eigenaarschap en perspectief bieden. Voor leerkrachten is het dan weer belangrijk om actief betrokken te zijn bij het proces.
Het volledige onderzoek vind je op de website van de Universiteit van Utrecht.
