Gezondheid bij autisme en pilots samenwerking
In het onderwijs en de jeugdzorg worden elke dag weer nieuwe onderzoeken en nieuwsberichten gepubliceerd die jij als jeugdprofessional moet bijhouden. In de rubriek Jeugdnieuws lichtten we daarom de belangrijkste updates uit. Zo blijf jij op de hoogte!
Autisme, stress en gezondheid: is er een verband?
Begin februari promoveerde Anna van der Lubbe met een onderzoek naar ouders met jonge kinderen met autisme en hoe dit invloed had op stress, eetgewoonten en gezondheid binnen het gezin. Van der Lubbe combineerde in haar onderzoek vragenlijsten, lichamelijke metingen en lichamelijke stressniveaus. Voor het onderzoek werd gekeken naar vader én moeder.
Uit het onderzoek bleek dat beide ouders kampen met veel opvoedingsstress als zij een kind opvoeden met autisme. Ook ervaren zij relatief vaker psychische klachten. Hiernaast bleek dat bij meer opvoedingsstress ook meer psychische klachten opspeelden. Daarnaast was te zien dat stress tussen gezinsleden wordt 'gedeeld': het stressniveau van een ouder hangt samen met die van het kind. De moeders die deelnamen aan het onderzoek hadden vaker te maken met gezondheidsrisico's zoals overgewicht en metabool syndroom dan de vaders of andere moeders zonder een jong kind met autisme.
Overgewicht kwam ook vaker voor bij de jonge kinderen met autisme dan bij hun leeftijdsgenootjes. Dit komt door hun eetgedrag, maar had ook correlatie met het gewicht van de moeder. Uit het onderzoek kwam een duidelijk verband tussen stress bij ouders en autismekenmerken, gedrag en eetgedrag bij hun kind. Er is wel nog verder onderzoek nodig naar de exacte oorzaken en gevolgen van deze factoren.
Dit onderzoek onderschrijft het belang van gezinsgerichte behandeling die focust op het kind én zich richt op de ouders, leefstijl en stress. Ook is er preventieve zorg nodig voor ouders en moet er expliciet gevraagd worden naar stress. Juist deze tijd in de ontwikkeling van een kind is cruciaal voor het ondersteunen en ontwikkelen van gezonde gewoontes.
Vind hier het promotieonderzoek.
Heeft meer samenwerking echt zin?
Een kwart van de kinderen in Nederland heeft een ouder die kampt met psychische problemen of een verslaving. Deze kinderen krijgen hier vaak zelf ook last van; afhankelijk van de problematiek lopen zij 41–77 procent meer risico. Omdat het verband zo zichtbaar is en een goede samenwerking tussen volwassenen-ggz (v-ggz) en jeugdhulp nog niet vanzelf gaat, zijn er zes pilots gestart om deze samenwerking te versterken.
285 gezinnen deden mee aan de pilots, waarvan de meeste te maken hadden met multiproblematiek. Daarnaast kwamen ze uit verschillende doelgroepen: zo werkten de pilots met zwangere vrouwen, gezinnen met kinderen in de jeugd-ggz, en gezinnen waar sprake is van huiselijk geweld.
Door deze pilots konden hulpverleners gezinsgericht werken en leerden ze van elkaars expertise. Ook ouders zelf kregen meer rust, omdat ze meer leerden van de samenhang van problemen en deze daardoor beter konden begrijpen. De ondersteuning hielp tot slot ook met het versterken van de ouder-kindrelatie.
Wat deze pilots zo succesvol maakte was een gedeelde visie, betrokkenheid van alle organisatielagen, inclusief bestuurlijk commitment, heldere taak- en rolverdeling, en het investeren in goed contact tussen professionals.
Toch stuitte de deelnemers ook op een aantal uitdagingen: het uitwisselen van informatie was vaak lastig, de samenwerking stopte na een verwijzing en het proces vergden meer tijd dan was ingeschat.
Financiering was ook een grote uitdaging aangezien het onduidelijk was bij wie welke kosten komen te liggen zonder de tijdelijke pilotfinanciering. Ondanks deze hindernissen zijn alle projectleiders en een groot deel van de uitvoerend professionals voorstander voor de doorontwikkeling van de samenwerking.
